Lichtwering
Een raam heeft tot doel licht naar binnen te laten en uitzicht te bieden naar buiten. Het is bewezen dat mensen zich prettiger voelen op de werk- of leefplek wanneer men contact heeft met de buitenwereld. Men wil weten wat voor weer het is, wat er in de omgeving gebeurt. Het is dus van belang dat er in een werkruimte licht kan toetreden. Maar ook weer niet te veel. Want zeker op een plek waar met beeldschermen gewerkt wordt, kan hinder ontstaan door een te hoge prikkeling van het oog door te veel daglicht of de reflectie van het venster in het beeldscherm. Een goede lichtwering is dus noodzakelijk.
Verlichtingssterkte en luminantie Verlichtingssterkte (E) is de hoeveelheid licht per oppervlakte, uitgedrukt in lumen /m2 (lux). Een normale kantoorwerkplek moet verlicht zijn met een sterkte van gemiddeld 500 lux (NEN 3087/NEN-EN 12464).
Licht dat op een oppervlakte schijnt wordt door ons ook waargenomen met een bepaalde helderheid. Dit noemen we de luminantie (L), uitgedrukt in candela/m2 (cd/m2).
Enkele luminantiewaarden: Gemiddeld werkvlak - 100cd/m2 Beeldscherm (CRT lichte achtergrond, donkere tekens) - 60cd/m2 Beeldscherm TFT - 100 tot 150cd/m2 Zon - 109 cd/m2 Gemiddeld daglicht - 104cd/m2
Bij het werken in een ruimte is het van belang dat de verschillende luminantiewaarden die het oog waarneemt in verhouding zijn, omdat het oog anders overprikkeld wordt. Dit kan leiden tot hoofdpijn, pijnlijke ogen en concentratieverlies, waardoor de foutkans ook toeneemt. Voor het inrichten van de werkplek wordt de volgende norm voor luminantieverhouding gehanteerd. werkplek : werkomgeving : venster = 1: 10 : 30 Dit betekent bijvoorbeeld dat als op de werkplek een luminantiewaarde van 100cd/m2 wordt gemeten, in de werkomgeving de luminantiewaarde max. 1000cd/m2 mag zijn, en aan het venster niet meer dan 3000cd/m2.
Lichtwering Bij lichtwering spelen de volgende factoren een rol: Transmissie (T): hoeveelheid licht die door de lichtwering heen valt; Absorptie (A): hoeveelheid licht die door de lichtwering wordt opgenomen; Reflectie (R): hoeveelheid licht die door de lichtwering wordt teruggekaatst;
Deze waarden worden uitgedrukt in percentages en samen zijn deze altijd 100%.
LTA-Waarde Het is eenvoudig om te berekenen hoeveel licht er door het venster naar binnen komt, en welke zonwering nodig is om dit licht te reduceren. Hiervoor werken we met de LTA waarde.
De lichttoetredingsfactor of LTA-waarde geeft de verhouding weer tussen invallend zonlicht en het zichtbare licht, bij een loodrechte invalshoek. LTA waarde = invallend zonlicht x transmissiewaarde glas x transmissiewaarde zonwering Transmissiewaarde glas Blank enkel glas 0.9 Blank dubbel glas 0.8 HR glas 0.7-0 8
Voor een exacte berekening kan de glastransmissie-waarde het beste worden opgevraagd bij de glasleverancier.
Voorbeeld Bij gemiddeld daglicht heb je te maken met een lichtinval van ca.10.000cd/m2. Op de werkplek is een prettige lichtsterkte 100cd/m2. Om aan de luminantieverhouding te voldoen van 1:30 zul je dit licht dus terug moeten brengen naar 100*30 = 3000cd/m2. Dit betekent een totale LTA waarde van 30%. Wanneer we een situatie hebben met blank dubbel glas krijgen we de volgende berekening: LTA waarde = 30% = 100% * 0.8 * transmissiewaarde zonwering Minimaal benodigde transmissiewaarde zonwering is dan 30% / 80% = 0.375
Gevel oriëntatie De hoeveelheid warmte en licht die naar binnen komt is uiteraard ook afhankelijk van de ligging in de omgeving en de gevelzijde. Het is daarom van belang de situatie van de in te richten plek te analyseren, om zo aan alle eisen van zon- en warmtewering te kunnen voldoen. De oost-, west- en zuidzijde zullen altijd te maken hebben met directe inval van zonlicht. De noordzijde heeft hier minder last van, maar er kan sprake zijn van hinderlijke weerkaatsing van het licht door een tegenoverliggend gebouw of bijvoorbeeld reflectie van witte wolken.
De zoninval is het grootst: Oost en West gevel : april tot september Zuid-O en Zuid-W gevel : gehele jaar door Zuid-gevels : van januari tot mei en augustus tot november
|