Wet- en regelgeving
Het werken met een beeldscherm is niet meer weg te denken uit onze huidige werkmaatschappij. Om ervoor te zorgen dat de werknemers op een zo goed mogelijke manier aan het werk kunnen, zijn er door de overheid wetten en regels opgesteld voor het inrichten van de werkplek. Ook licht- en warmtewering zijn aspecten die hierin aan de orde komen. Hieronder volgt een kort overzicht van de huidige situatie op het gebied van wet- en regelgeving.
Europese richtlijn 90/270 Er is veel onderzoek gedaan om de eisen ten aanzien van het werken met een beeldscherm vast te stellen. Hieruit is de Europese richtlijn 90/270 ontstaan: veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur. Deze richtlijn zegt dat de werkgever verantwoordelijk is voor de juiste voorzieningen op de werkplek, opdat de werkplek geen risico’s voor de gezondheid en veiligheid van de werknemer oplevert.
Nederlandse wetgeving In de Nederlandse wetgeving is de Europese richtlijn vertaald naar de Arbowet, artikel 3, waarin wordt gesteld dat de werkgever verplicht is een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid te voeren. In het Arbobesluit wordt deze regel verder uitgewerkt: Art.5.12 nadere regels met betrekking tot de werkplek inrichting en beeldschermgebruik; Art.6.3 voldoende dag- en/of kunstlicht; Art.6.4 verplichte daglichttoetreding gelijk aan 1/20 van het vloeroppervlak; Art.6.5 verplicht weren van invallend zonlicht;
In de Arboregelingen Art. 5.2d wordt gesteld dat alle ramen moeten worden voorzien van passende instelbare lichtwering. In ArboBeleidsregel 6.3 gaat men in op wat onder voldoende en doelmatig wordt verstaan en dit is terug te vinden in NEN 3087 ‘Visuele ergonomie’.
NEN-EN 12464-1 Licht en verlichting-Werkplekverlichting Wat eerst in de Nederlandse norm NEN 3087 over standaard verlichtingssterkte werd vastgelegd, wordt momenteel vervangen door een algemene Europese norm NEN-EN 12464-1. Voor wat betreft lichtinval stelt zij dat wanneer in één ruimte zowel wordt gelezen vanaf papier als ook met een met een beeldscherm wordt gewerkt, het gewenst is uit te gaan van een verlichtingssterkte van minimaal 200 lux op het werkvlak. Optimaal ligt deze rond de 500 lux. Het mag oplopen tot maximaal 800 lux, dit zal de prestatie nauwelijks negatief beïnvloeden.
In praktische zin zijn deze regels vertaald naar de werkvloer. Ze zijn terug te vinden in een tweetal informatiebladen.
AI-2 werken met beeldscherm In hoofdstuk 5 van dit normblad wordt ingegaan op werkomgeving en werkplekinrichting. Hierin wordt onder andere gesteld dat instelbare helderheidwering noodzakelijk is op de werkplek om de intensiteit van het licht op de werkplek te verminderen.
AI-7 kantoren In dit informatieblad wordt ingegaan op de verlichting van kantoorruimtes. Hierbij wordt ingegaan op de verlichtingssterkte en luminantieverhouding. Ook het kwaliteitsaspect van daglichttoetreding en doorzicht naar buiten komt aan de orde.
|